Het wereldwonder van Lalibela

Vandaag hebben we hoofdstad Addis Abeba, “de nieuwe bloem”, al weer achter ons gelaten. De stad huisvest niet alleen alle belangrijke  overheidsgebouwen en de meeste ambassades en consulaten, maar ook zijn hier gevestigd : de zetel van de Afrikaanse Unie, de Afrikaanse Economische Gemeenschap en regionale kantoren van Verenigde Naties en UNESCO.

In de stad wonen een duizendtal diplomaten. Een soort tram doorkruist de stad van noord naar zuid en van oost naar west en de Chinezen legden de eerste elektrische treinverbinding in Afrika aan, voor goederentransport tussen Addis Abeba en havenstad Djibouti. De oude spoorlijn, die uit de tijd van Menelik II dateert, ligt er nog, een oude steenkolenlocomotief trekt een passagierstreintje, via Dire Dawa naar Djibouti. Maar wij vliegen met een propellertje naar het noorden, naar Lalibela, de oude hoofdstad onder de Zagwe dynastie, 12de en 13de eeuw. Wij landen bij een onooglijk luchthavengebouwtje, waarvan het bagageluik al tijden in onbruik is. Passagiers moeten hun koffers zelf van de lorries op het tarmac uitzoeken. Dat schiet tenminste op.

We rijden van de luchthaven (1800m) de bergen in naar het dorpje bij de site van de rotskerken (2600m). Het landschap ziet er erg dor uit in dit droge seizoen, enkele herders hoeden mistroostig een tiental schapen of geiten, of 3-4 koeien. Kinderen wandelen over stoffige wegen naar school voor de namiddagles. De afstanden belopen tot 15 km, te wandelen heen en terug. De huizen zijn gemaakt van adobe, gepleisterd op een structuur van stokken.

De hutten van riet of gras dienen als veestal of kookplaats. De kleine gebouwtjes familieclusters of dorpjes liggen rond gestrooid over he t weidse berglandschap. Ons hotel, Top12, ligt vlak aan een klifrand, gelukkig staat er een stevige reling voor het balkonnetje, of je zou als je uit bed rolt recht de dieperik inkukelen.

Na een snelle hap brengt chauffeur Hab ons naar de site van de rotskerken. Gids Abebe leidt ons rond. Lalibela, oorspronkelijk gekend als Roha, was de hoofdstad van de Zagwe dynastie (12de en 13de eeuw). Alles zou gebouwd zijn in 23 jaar tijd, gedurende het bewind van koning Lalibela (1181-1221). Een titanenwerk maar je moet er rekening mee houden dat het werk ‘s nachts overgenomen werd door engelen. Zo’n 12.000 hemelingen draaiden nachtshiften. Legendes vertellen verder ook dat Koning Lalibela een nieuw Jeruzalem wilde bouwen voor zijn onderdanen, zodat ze niet meer de gevaarlijke pelgrimstocht door de woestijn hoefden te maken. De kerken liggen allemaal onder de oppervlakte, ze zijn niet uitgehouwen of uitgehold uit een rotswand (op één na) maar eerder vrij gemaakt uit rotsgesteente, uit de rotsbodem, van boven naar beneden uitgesculpteerd.

Ze zijn zowel van buiten als van binnen fijn geciseleerd, raam- en deuromlijsting, zijn gebeeldhouwd, de raamkozijnen, dorpels, waterspuwers, allerlei symbolen of zelfs bas-reliëf taferelen. Van binnen en buiten zijn zware zuilen uitgehakt, binnen vind je soms een middenschip met 2 zijbeuken, vlakke, koepel- of tongewelven schijnen te rusten op steunbogen. Een indrukwekkende realisatie van beeldhouwkunst en sculptuur vakmanschap. Elke kerk heeft zijn eigen stijlkenmerken, de één al verfijnder dan de ander en dat doet een leerproces vermoeden dat zich waarschijnlijk over langer dan 23 jaar heeft uitgespannen. Er lopen nogal wat pelgrims en gelovigen, in witte kleren, door de gangen die rond de kerken zijn uitgehakt, steunend op een lange staf die hen tijdens de eindeloze riten en gezangen en dansen (begeleid met trommels) moeten overeind houden. Die gangen dienden niet enkel als ommegang voor de gelovigen, maar hielpen ook voor de waterafvoer en vormden zelfs breuklijnen om bevingen of trillingen op te vangen. In bijna elke kerk zitten enkele priesters, gelovigen kussen het handkruis, vragen de zegen, en offeren natuurlijk.

Hier en daar poseert er eentje voor een toerist in ruil voor een bijdrage in de offerblok. Vandaag bezoeken we de noordwestelijke groep van kerken. We zien de Bet Medhane Alem, de grootste kerk 33 m bij 23 m, een beetje lijkend op een Griekse tempel, rustend op 72 zuilen, dan een trio aan een groot binnenplein, Bet Maryam (de mooist gedecoreerde, met muurschilderingen en drie naar buiten gebouwde portalen), de Bet Meskel (uitgehouwen tegen een rotswand), Bet Danaghel (een grotkerk), en daarna de duokerk met cruciforme zuilen, de Debre Sina Mikael-Bet Golgotha (niet toegankelijk voor vrouwen – omdat Jezus ooit Maria Magdalena afgewezen heeft voor een omhelzing). Het hele complex ligt beschermd tegen de elementen onder een reusachtige overspanning, minder leuk voor de fotografen, bovendien is het uitgesproken contrast van de felle zon en de schaduw partijen zeer hinderlijk. Op belangrijke feestdagen, zoals 7 januari, Ethiopisch Orthodox Kerstmis en ook de verjaardag van Koning Lalibela, verzamelt hier een massa mensen op het binnenplein rond Bet Maryam, in de rondgangen en boven langs de randen van de uitgravingen.

Verder is dit wel een leuke bezichtiging, je daalt van de rotsoppervlakte af naar de voet van de kerk, loopt door de smalle stenen gangen, kruipt door tunnels en poortjes, schoenen uit en weer aan en wat klauterwerk over het door vele toeristenvoeten glibberig gesleten gesteente. Iets verder op ligt Bet Giyorgis, zonder overkapping, ongeschonden te schitteren onder de zon. King Lalibela’s laatste bouwsel, zijn meesterwerk, helemaal monolitisch, zelfs geen zuilen deze keer, het grondvlak in de vorm van een kruis.

Een sober binnenschip, drie gewelven, de hoogte nog geaccentueerd doordat de muren licht naar binnen neigen. Heel wat symboliek in de gevel heeft te maken met bijbelverhaal van Noah en de ark. Zo zijn de beneden ramen geblindeerd en zijn de bovenramen getooid met een ogiefboog en olijftak. In een nis liggen enkele gemummificeerde resten van gelovigen, die waarschijnlijk te lang gebeden hebben en bezweken zijn. Voordat wij ook bezwijken onder de warmte en van de dorst keren we terug naar ons hotel op de klifrand.

Lalibela is geschiedenis en mythe bevroren in steen, met een ziel die nog leeft in de oeroude rite van het vroege christendom in zijn puurste vorm en beleving. Wat je er ook van gehoord of gezien hebt, je bent niet voorbereid op de adembenemende ervaring hier. Een echte Wereld Erfgoed site, een wereldwonder.