Verslag van donderdag 12 maart.
Nog eens vroeg opgestaan vandaag om de hyena’s te zien, maar de beesten vertoonden zich niet. Ze laten de dag aan ons, voor hen is de nacht. We laten deze vochtige koffieplantage achter, en gaan naar noordelijker streken, en waarschijnlijk meer zon.
We hebben een afspraak in Awassa met Robel Abate, hij is zakelijk leider van Let us Change Ethiopia. Vlak voor ik vertrok vernam ik van mijn kapper (altijd een goede bron van bruikbare informatie) Essam, dat een jonge man uit Korbeek-lo een organisatie had opgezet om straatkinderen in Ethiopië te helpen. Bovendien blijkt zijn moeder een ex-collega van Anita te zijn. We ontmoeten haar nog op de zondag van ons vertrek en nemen ons voor de organisatie te bezoeken.
Johan Vandenbossch, ex-Chiro leider en student journalistiek, trok 11 jaar geleden naar Ethiopië met het vage plan ‘iets goeds gaan te doen’, een nieuwe uitdaging te zoeken. Hij ontmoet Aynalem, een Ethiopische mama van 8 kinderen, gepensioneerd leerkracht wiskunde die op dat ogenblik nog een hotelletje runt in Awassa. Samen beslisten de zorg op te nemen over een vierjarig jongetje, Nebiyu, die op straat leefde. Ze verzorgden hem, gaven hem te eten en Aynalem nam hem in huis. Johan beloofde de onkosten voor zich te nemen. Dat was het begin. Van één tehuis met negen kindjes is Let Us Change vandaag uitgegroeid tot een organisatie met drie tehuizen en negentig kinderen, en tal van andere initiatieven. Kijk zeker eens op hun Website
Jaarlijks brengt hun initiatief, Empowerment Ethiopië VS, Stichting Let us Change NL en Let us Change VZW BE zo’n 250.000 Euro samen. Ze geven de straatkinderen de kansen die ze nooit hebben gehad: een veilige thuis, gezond eten, een geweldige school om te spelen en te leren en een liefdevolle familie.
Maar Robel vertelt: ’het is niet zozeer onderdak, kleren en eten dat we de kinderen willen geven. Op één of andere manier raken straatkinderen daar wel aan. Maar wij willen vooral hoop geven, en zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld.’ Hij legt hun verhaal geduldig uit in een kleine bibliotheek in het eerste tehuis dat we bezoeken. Het is het home voor tienermeisjes en kleine jongetjes. Op één van de kamers vinden we een meisje dat niet vertrokken was naar school, een beetje ziekjes vanochtend. Een aantal moeders zijn aan werk, geen vrijwilligers maar personeelsleden: de dames in de keuken, de poetsvrouwen, de dames die de was doen, enzovoort komen ook uit dezelfde wereld als de kinderen. Ze werken voor een eerlijk loon en kost en inwoon, ook hun eigen kinderen mogen inwonen. In 2019 had de organisatie 54 mensen in dienst en is dus een belangrijk werkgever voor kansarmen.
Bij Let Us Change is er alle soorten werk: kok, opvoeder, wasvrouw, wever, bakker, chauffeur (de bescheiden pick-up waarmee Robel op de afspraak verscheen), verkoper, poetsvrouw, verpleegster, bewaker of logistiek personeel. Er wordt hier nogal wat afgewassen, hopen kledij, sorteren en verdelen hoeft niet, de kinderen zoeken het zelf wel uit. Drie vrouwen zitten gedurende het hele bezoek enkel uien te snijden, een grootkeuken. De dames bieden ons een thee een broodje aan. We bezoeken ook een injera bakkerij, zij bakken de echte gezonde injera, uitsluitend van tef, geen additieven. Ze hebben er voldoende afzet voor gevonden. In het hotelletje, gerund door een zus van Robel, is er plaats gevonden voor een bakkerij, enkele dames zijn broodjes aan het bakken die ze aan de horeca in de buurt kunnen verkopen.
We bezoeken nog het tehuis voor de kleintjes, nog niet schoolgaand en voor de tienerjongens, alles straalt degelijkheid maar ook geborgenheid uit. Inmiddels is er ook een weverij (dit is in Ethiopië mannenwerk) geopend, zodat de organisatie textiel aan sociale prijzen kan verkopen. Robel is een fijne gids, maar ook een goed mens, hoe fijn hij omgaat met de kinderen en het personeel, hoe respectvol. ‘Is LetusChange niet aan uitbreiding toe’, vragen wij? ‘Er is vraag genoeg’, zegt hij, ‘36 miljoen kinderen in Ethiopië leven in armoede. Zij hebben veelal geen toegang tot medische zorg, onderwijs of sociale bijstand. Ongeveer 600.000 kinderen leven op straat. Elk jaar worden 20.000 kinderen door hun ouders verkocht aan mensenhandelaars. Maar wij willen ons concept bewaren, van kleine intieme leefgroepen, een familie. Ik ken alle kinderen, ze vertrouwen mij en we praten over hun probleempjes. Wij willen niet evolueren een groot, anoniem weeshuis. We moeten dus kinderen weigeren, enkel echt schrijnende gevallen nemen we nog op.’ Er zijn bouwplannen, er is een stukje grond aangekocht en begonnen aan de fundamenten, maar ze moeten nog eens worden over de bestemming. Je kan verder huisvesting uitbouwen, meer capaciteit of kwaliteit, maar Robel denkt meer aan een soort van vakschool, met verschillende ateliers, of werkruimtes waar de kinderen die niet naar hoger onderwijs kunnen, een vak kunnen leren, zodat ze goed gewapend naar een zelfstandig leven kunnen evolueren. Inmiddels is ook moeder Eynalem komen opdagen, samen met Johan, de oprichtster van het initiatief. Wat een fijne, warme persoonlijkheid! Zijn tracteert ons nog op een drankje en we babbelen verder.
Dit bezoek is zo’n waardevolle afsluiter van een 3-weken lange rondreis, waarin we zo veel ellende en kansarmoede gezien hebben. Dit is een plaats van hoop, die de energie geeft om er iets aan te doen, om iets te ondernemen. Hoop en uitgaan van eigen kracht en zelfvertrouwen staan hier centraal.
Het is ruim middag voorbij als we uitgewuifd worden. De kinderen hebben we niet gezien, die waren fijn naar school, en zo hoort het.
We vervolgen onze weg naar het noorden, richting Addis Abeba. Iets buiten Shashamene, in het plaatsje Malka Oda vinden we de resten van het verloren paradijselijk van de rastafari’s, geen belangstelling. We passeren onze dagelijks gekanteld truck in de berm en komen aan in een redelijk luxueus resort, Sabana Beach, aan Lake Sangano, een vakantieoord.
Een groot resort, waar we bijna de enige gasten zijn. Laten we zeggen dat we even Ethiopië verlaten hebben. Tijd om te rusten en na te denken.