Kocho en Arak bij de Dorze

We rijden van Turmi noordwaarts, richting Arba Minch, de streek van de zeven meren van de zuidelijke Rift vallei. Het meest zuidelijke meer, Chamo, wordt onze eerste bestemming, voor een boottochtje, en daarna bezoeken we nog een etnisch dorp in de buurt van Arba Minch, dat eigenlijk tussen het Chamo en het Abaya meer ligt. Het dorp van de Dorze, hoog in de bergen.

Twee koele uitstappen vandaag, na de hitte van de afgelopen dagen. Eens we de Gato rivier en het gelijknamige dorp voorbij zijn, komen we in het land van de Derachi. Ze zijn in eerste instantie landbouwers maar werken in gemeenschap: het hele dorp werkt samen, groot en klein, op de velden die aan hen zijn toegewezen.

Honderden mensen stappen op rijen langs de baan, op weg naar de akkers, enkele stoere mannen dragen een ploeg, maar jong en oud heeft een lange scherpe stok en een machete mee als outillage, en op de rug een gele bus met sorghumbier. ‘Bier?’, vraag ik. Maar het is eigenlijk meer een dikke pap van sorghum, misschien een beetje gegist, dat dient als eten én drinken. Picknick op de akkers, ik stel me een Breugel tafereeltje voor. Op de sorghumvelden staan op een verhoogd platformpje kinderen vogels af te schrikken. Ze smijten stenen naar de vogels met hun slingers. Ook sprinkhanen worden zo verjaagd. Heel de gemeenschap de velden, in lawaai maken, roepen, met stokken slaan, ketelmuziek, geweerschoten, met alle middelen de wolk voorbij je akkers jagen.

In een volgende dorp zijn de mensen dan weer veeboeren. ‘Wat moeten al die lege onbewerkte velden?’, vraagt Anita. ‘Wait a minute’, zegt BaH abtu, ‘they’ll bring the cows soon’. Weldra vullen honderden koeien de volledige breedte van de weg, in golven van 30-40 koeien, eindeloos. Koeien gebruiken het asfalt, niet de bermen of de onverharde zijkant van de weg. Noblesse oblige.

Arba Minch is dé bananen- en mangoplantage van Ethiopië. Langs beide zijden van de weg stapelen mensen bergen verse gehakte bananenstronken, wachtend op de bananentrucks die het fruit naar de veiling in Addis Abebe brengen.

Een bootsman staat ons aan de boord van het Chamo meer op te wachten. Chamo is dus het zuidelijkste van de Rift meren, ligt gedeeltelijk in het Nechisar N.P. en is ongeveer 320 km2 groot. Geen andere toeristen en voor Anita is het water te woelig. Dus vertrekken we met één passagier. In de hoge boomtoppen aan de kant zitten de Afrikaanse visarenden, klaar voor de jacht.

Eentje zit er dicht bij zijn nest een nijlbaars op te peuzelen, zeker 25 kg vis (dit is geen visserslatijn, nijlbaarzen kunnen 2 m lang worden en tot 200 kg wegen). Op een zandbank liggen enkele nijlkrokodillen te zonnen, M/V, er komen er nog een paar aan drijven.

Een koppel maskerkiewitten hippen zonder schrik rond vlak bij de reptielen. Hypo’s krijgen we niet te zien, het water is te veel gewassen door de recente regen. In de buurt van een grot waar vissers de nacht door brengen, zit een grote groep Afrikaanse maraboe’s te wachten op de afval van de visvangst. Het zijn aaseters, een kuisploeg, afvalverwerkers. Anita en de vervet aapjes wachten me op aan de pier.

In de namiddag bezoeken we de Dorze mensen, hun dorpen liggen tussen 2500 en 2800 m hoog in de bergen. Enkele jongens leiden ons rond, geen gedoe rond foto’s deze keer. De mensen gebruiken vooral de materialen die hier voorhanden zijn en dat is buiten gewone gewassen die we kennen, vooral bamboe en enset, de false banana. Het dorp is omheind met bamboe matten, stevig en mooi en ook de hutten zijn vooral gemaakt van bamboehout en bladeren.

Het zijn ingenieuze constructies, erg stevig en van de buitenzijde bootsen ze een olifantenkop na. Origineel zijn ze ruim 12 m hoog, maar ze worden na verloop van tijden kleiner, termieten vreten de onderkant weg. Zo is het huis van opa, naast het familiehuis, al heel wat kleiner, het is ook al meer dan 90 jaar oud. In het interieur vinden we de slaapkamer van de kinderen vooraan, dan een centrale kamer ook opslagplaats, en achterin de slaapplaats van de ouders, in de zijkamer slapen de dieren, die helpen de plaats warm houden met hun lichaamswarmte. Op het bed van de kinderen ligt een fysica boek. De moeder gaat enset brood voor ons bakken, kocho. Ze toont alle stappen, ze trekt de bladaanzet van de pseudostam van een ‘valse’ bananenboom. Een enset lijkt wat op een bananenboom, is wat groter, brengt geen eetbare vruchten voort en heeft een groter, steviger blad.

Met een scherp stuk bamboe schraapt de moeder een soort merg van het stukje stam. Dat wordt gedurende 2-5 dagen in de grond gestopt en bedekt met enset bladeren, op die wijze komt dit tot gisting. Zij haalt wat gegist deeg op, snijdt de vezels nog eens fijn, kneedt en vormt een dunnen pannenkoek. Die wordt tussen twee bladeren op en open vuurtje gebakken. Terwijl ons broodje gebakken wordt, gaan wij nog met de jongens in de tuin en naar de bijen kijken. Hun bijenkorven zijn buisvormige kokers die in de bomen gehangen worden. Verder zijn de Dorze een weversvolk, bij hen is dat mannenwerk. Ze maken lange kettingdraden die ze oprollen tot strengen.

Die worden dan over een kam opgeboomd, de opgeboomde kettingdraden worden door de wever met de rug strak getrokken zodat hij de spoel kan inslaan. Een soort backstrap beam, maar ze kunnen op die wijze lappen van 100 m lang weven, de weefbreedte is slechts 50 cm. De kocho is gaar, wordt opgediend in een gezellige ruimte, er is een hete dipsaus en honing, en de jongens toasten met ons met zelfgestookte arak. Er wordt nog heel wat over van alles gebabbeld. Ons laatste etnisch bezoek was ongetwijfeld het spontaanste en gezelligste.

Vanavond logeren we in het Haile Resort in Arba Minch, één van de vele luxe hotels van Haile Gebreselassie, de grootste langeafstandsloper aller tijden, 2x olympisch goud en 9x wereldkampioen. Onze kamer kijkt uit op de scheiding van de twee meren, het Kocha en Abaya meer, de ‘brug van God’.


2 reacties op ‘Kocho en Arak bij de Dorze

Plaats een reactie