Verslag van 28 februari
Vandaag geen kultuur of geschiedenis, enkel 110 km sightseeing op weg naar het gebergte, de ijle lucht in. We slapen vanavond op 3280m. Ik heb nooit in mijn leven zoveel wapens gezien als vandaag. Toen ik deze morgen even naar de bank liep zag ik de straten vol gewapende militairen, automatische geweren, een mitrailleur gemonteerd op een pantsertruck. Blijkbaar was er een belangrijke conventie gaande in Gondar, maar ook de volgende dagen zullen we steeds door een gewapende scout vergezeld zijn.
We rijden door een Falasja dorpje, een kleine joodse gemeenschap, ook Beta Israël genoemd. Ooit werden Ethiopische joden niet opgenomen in Israël omdat ze afwijkende gebruiken aangenomen hadden gedurende hun langdurige isolatie, maar sinds 1975 worden zij als officiële joden erkend, afstammelingen van de verloren stammen. Gedurende de operaties Mozes en Salomo verhuisden de meeste joden naar het Beloofde Land. In 2013 werden de laatste vluchten uitgevoerd en is een einde gekomen aan hun massale emigratie.
Vandaag zien we vooral het platteland, pittoresk maar ook arm. Kleine dorpjes en stadjes, de huisjes zien er allemaal hetzelfde uit, een structuur van eucalyptus stokken of palen, bepleisterd met adobe. De meeste mensen zijn te arm om dat hout te kopen voor constructie of voor verwarming en kappen gewoon illegaal, de houthandel is immers gereglementeerd.
Het land ziet er erg bruin en dor uit, maar we zijn in het droge seizoen. Eens de regens komen, juni tot september, wordt alles groen. De oogst is binnen, kafferkoren, teff, rogge, gerst, en langs de weg wordt gedorst. De mensen vertrappelen de aren, of laten dat door hun dieren doen.
Met een houten gaffel gooien zij het stro op in de wind en verzamelen de korrels. Op de erven staan mijten van vers teffstro. Hier en daar wordt geploegd met een houten handploeg, getrokken door twee runderen. Niets is hier automatisch of gemechaniseerd, geen tractoren, geen auto’s, geen moto’s, zelfs geen fietsen. De zwaarste lasten, hout, water, graanzakken, kolen, worden gesleurd door diep voorover gebogen vrouwen, soms nog jonge meisjes. Dan volgen zwaar bepakte ezels. Paarden of muilezels trekken zelf gebouwde hoog gestapelde karretjes. De kleine kuddes dieren die we langs de weg zien bestaan typisch uit twee ezels, drie runderen, en 5-6 schapen of geiten.
Bij de stop in Debarq blijkt dat we niet in het Nationale Park logeren, maar in een hotel in dit drukke stadje. We slagen er echter in van logement te veranderen en trekken naar de Simien Mountain Lodge, vergezeld door een gids en een gewapende scout (verplicht).
Nog een beetje papier hussle aan de ingang maar we worden toegelaten. We zien de eerste groepen Gelada bavianen hoog op de bergflanken grazen. Die gaan we nog veel zien en van veel dichterbij.
Alle bezoekers die in het Nationale Park, dat net zijn 50ste verjaardag gevierd heeft, rondtrekken of verblijven moeten een gewapende scout inhuren, niet zozeer om de gasten tegen wilde dieren te beschermen, want die zijn er bijna niet, maar vooral tegen overvallen of beroving door lokale bandieten. O.m. daarom heeft de overheid een resettlement programma en verhuist de mensen, veelal boeren, die hier nog wonen naar nederzettingen buiten het park.
Hier loopt door de Simien Mountains een reusachtige kloof, zeker 400 m diep, de Grand Canyon van Ethiopië. De bergketen, van vulkanische oorsprong, is werkelijk het dak van Afrika, met 20 toppen van meer dan 4000 m, waarvan Ras Dashan de hoogste is. Het park huisvest een aantal bedreigde diersoorten, waaronder de Ethiopische wolf, de walia ibex, een soort wilde geit die nergens anders op de wereld voorkomt, de caracal, een wilde kat en natuurlijk de gelada bavianen, de bloedend hart apen. Verder meer dan 50 vogelsoorten, waaronder de lammergier (3m vleugelspan) en de meer voorkomende geelsnavelwouw en over de 700 planten species.
Heel wat van die planten komen bekend voor, de wilde roos, Hypericum (hertshooi), gele ganzerik, thijm, vrouwenmantel en de sodomsappel (een nachtschade met stekelige bladeren). De meest voorkomende boom is de erica arborea, de boomhei, die ook voorkomt in het Middellandse Zeegebied. We maken een eerste verkennende wandeling, 1 1/2 uur en genieten van de prachtige vergezichten. Een beetje waas belemmert het vergezicht en verknoeit de foto’s.
In de late avond stuiten we nog op een grote groep gelada’s, druk grazend, bewegend in de richting van de grotten waar ze overnachten. De dieren laten zich door ons niet storen, hoe dicht we ook komen met onze camera’s. Morgen ongetwijfeld meer over hen.
Rond 18:00 uur valt in de lodge de electriciteit uit, voor de rest van de avond. De noodgenerator is defect. Buiten wordt het aardedonker, onder een schitterende sterrenhemel. Geen WiFi maar kaarslicht, haardvuur (het is inmiddels flink afgekoeld), dekens, zaklampen, … het wordt behelpen, maar wel gezellig.
Hey Pieter en Anita,
Zo te lezen zijn jullie vele jaren in de tijd terug gekatapulteerd. Maar de wapens zijn toch tot daar geraakt. Geniet van de vele nieuwe ervaringen en ontdekkingen en houdt het veilig.
Groetjes uit Dilsen,
Wies
LikeLike