Vandaag bezoeken we Aksum, een mysterie, een raadsel dat hier ligt te wachten om opgelost te worden. Of beter een reeks raadsels. Heeft de Queen van Sheba hier echt door de straten gewandeld? Liggen de echte stenen tafelen met de tien geboden in het handschrift van God in een oude kist, de ark des verbonds, hier in een kloostertje? Ligt één van de Driekoningen, de zwarte Balthazar, hier begraven, en wat is de betekenis van de reusachtige steles?
Gids Tekle neemt ons op ontdekkingstocht, langs graven, ruïnes, steles, kloosters en kerken. Een ganse, uitputtende dag lang.
Maar hoe begin je aan dit verslag? Ik probeer samen te vatten. Je begint in de 10de eeuw B.C. met de stichting van de stad door de eerste Ethiopische vorst uit de Salomon dynastie, Menelik I, volgens de legende de zoon van Salomon en de Ethiopische schone, de Koningin van Sheba. Legende en dus gerede twijfel als je rond geleid wordt in de ruïne van haar paleis Dungur.
De resten van die zonder twijfel ooit machtige gebouwen kunnen even goed dateren van 600 AD (na Christus), de periode van Koning Kaleb en zoon Gebre Meskel. Deze heren waren al christen en hun ondergrondse mausoleum getuigt van grote bouwkundige kennis. En wat moet je denken van het bad van de koningin van Sheba, een grote plas, vandaag geschikt voor de re-enactment van de doop van Christus op Timkat.
Een andere belangrijke periode is de 4de eeuw na Christus, koning Ezana en broer Jaizana, de koningen die van het heidendom naar het christendom bekeerden. En hier is een stukje geschiedenis van gedocumenteerd.
We vinden de stele met een duidelijke inscriptie in 3 talen, het Grieks, het Ge’ez en het Sabaïsch, met zijn naam, titel, grote daden en victories. Van die periode zijn ook de vermaarde maar geheimzinnige steles. Op de site van de kerken staat de oude kerk van Saint Mary of Zion, en die is gebouwd door Fasiledes, 17de eeuw, de man van het paleis van Gondar, op de plaats van de oorspronkelijke kerk van Ezana in de 4de eeuw.
Naast de oude, staat vandaag de nieuwe kerk van Saint Mary of Zion, gebouwd onder Haile Selassie, een indrukwekkend gebouw dat de skyline van het moderne Aksum tekent, de moederkerk van de Ethiopisch-Orthodoxie. Tussen die kerken ligt de fameuze kapel met de Ark des Verbonds, de enige echte. Maar denk niet dat je daar een glimp van te zien krijgt, angstvallig bewaakt, vreemdelingen mogen de kapel niet benaderen, slechts één wachter heeft toegang tot het gebouw, maar ook hij mag de kist niet zien.
En dan heb je ook nog het graf van zwarte ‘driekoning’ Balthazar, volgens de gids de enige Ethiopiër die God echt gezien heeft.
We beginnen met een wandeling in een langgerekt parkje, lopende onder de bloeiende jacaranda’s tussen de shoeshine boys. Op de centrale as staan een aantal resten van kolommen en steles. De poort van een schooltje staat open, can we visit? Het is het oude schooltje van gids Tekle.
Het is feestdag vandaag, dus geen school, behalve één klasje, volgepropt, er zitten er zelfs op de grond, en in het klasje ernaast, de meester in witte schort pendelt tussen de klasjes. Het bord staat volgepriegeld in Amharic schrift, in krijt natuurlijk, geen smartbord. Net zoals in de kerken de leer wordt uitgelegd in prachtige fresco’s zijn hier ook de buitenmuren beschilderd met platen over biologie, geologie, … We dollen wat met de kids: Eden Hazard, Lukaku, …
Via het uitgestrekte Piazza, overblijfsel van de Italiaanse bezetting, dan komen we bij de kerken site. Vooral de nieuwe hoofdkerk is prachtig geschilderd met alle bijbeltaferelen. In de chanting sectie, wikkelt Tekle een reusachtig boek, met geitenvellen bladen vol kleurrijke illustraties, uit doeken. Dat noemen ze dus ‘uit de doeken doen’.
Ik ben vooral onder de indruk van Tekle Haimanot, hij stond 7 jaar op één been. Buiten zitten groepjes aspirant-priesters de zeurende chanten te oefenen.
Op de beroemde site van de steles is stele 2, de Rome-stele, terug geplaatst, nadat Mussolini die meegevoerd had naar Rome, 25 m hoog, 170 ton granieten monoliet. De grootste ligt er bij, in stukken gevallen, mogelijk al bij zijn oorspronkelijke oprichting, 33 m hoog.
Waarschijnlijk waren deze wonderlijke constructies grafstenen, maar ook moesten ze de autoriteit en grandeur uitstralen van de machthebbers. Ondergronds zijn hier inderdaad grafkelders te vinden. Met paleizen van Dungur (Sheba?) en Ta’akhq Maryam hebben we meer problemen. Er is weinig van de grandeur van weleer te vermoeden, zelfs niet vanop een kleine uitkijktoren, alleen de maquette die archeologen bijeen gefantaseerd hebben in het archeologisch museum, kan helpen. Het meeste indruk maken de ondergrondse grafkelders, nagenoeg intact, en gebouwd uit perfect op elkaar passende granieten blokken, in verband gelegd en hier en daar van symbolen voorzien.
Ze zijn hier ooit aangesleept door olifanten. Onder meer een sarcofaag uit graniet, duidelijk hol, maar zonder opening, zelfs geen naad ligt te wachten tot iemand hem open kan maken. Je hebt hier echt de indruk dat maar een klein gedeelte van de oude constructies opgegraven is, de meeste sites dateren ook nog maar van de vorige eeuw of deze eeuw, en veel is nog onduidelijk en blijft in de nevelen van de geschiedenis gehuld.