We verlaten Aksum al om 7.00 u. Op dat uur lopen hier honderden kinderen langs de straten, in allerlei verschillende schooluniformen, ze lopen soms tientallen kms.
We rijden door Tigray vandaag. Herhaaldelijk krijgen wij in de gaten dat er nog spanningen bestaan tussen de verschillende bevolkingsgroepen in Ethiopië. Ook vandaag weer. Aan een checkpoint vraagt een politieagent zomaar aan Mesi, onze chauffeur of hij Trigay of Amari is. ‘Ik ben Amari’, zegt hij trots, waarop de agent hem uit lacht. Pijnlijk.
We rijden de ganse dag door de bergen, aanvankelijk zien de zachtere hellingen en hoogvlaktes als vruchtbaar farmland uit. In het droge seizoen echter is alles droog en dor, en tussen stoppels scharrelen schapen en geiten, een enkel rund. Maar boeren ploegen al voor volgend seizoen, een houten handploeg getrokken door een span ossen.
Ons doel vandaag zijn de rotskerken van Tigray, uitgehakt in de 4de eeuw, de vroege dagen van het christendom, toen Ethiopië wel vaarde als belangrijk knooppunt op de handelsroutes tussen Afrika en Azië en met zijn gunstige ligging aan de Rode Zee en de Golf van Aden (vandaag Eritrea en Djibouti) een belangrijk connectie was met het hinterland. De machtige koningen regeerden, de tweelingen Ezana en Jayzana en later Abreha en Atsbeha. Monniken bouwden hun kloosterkerkjes op erg afgelegen plaatsen, omdat ze afgezonderd en ongestoord wilden wonen in hun monastiek leven, maar ook omdat ze zich zo beter beschermd vonden tegen rondtrekkende plunderaars en rovers, of Mosliminvallen.
Tussen Dugem en Megab maken de akkers geleidelijk plaats voor een zanderige, glooiende halfwoestijn waaruit plateau’s, tafelbergen en pinakels oprijzen. De Gheralta streek toont een landschap dat aan Monument Valley in de westelijke woestijnen van de USA doet denken.
In deze streek vind je zo’n 120 kerken, niet ondergronds, maar hoog op rotswanden uitgehouwen uit een oude grot, of ergens gehurkt in een spleet tussen twee bergpieken. Wij kiezen Abune Yemanta Guh uit, een kloosterkerk die zowat 300 m boven onze parkeerplaats ligt.
We lopen eerst een 45 minuten op een stenig pad naar boven, hijgen en puffen, gelukkig dragen we onze bergschoenen. Maar dan bij een platformpje begint het echte werk, de schoenen en sokken moeten uit, we naderen een heilige plek. Het wordt nu echt klimwerk, zonder harnas, koorden of zekeringen, op blote voeten. Enkele jongens helpen, en wijzen gaten en spleten aan waarin je je vingers of tenen in kan steken.
Niet achterom kijken, enkel naar de wand en de grepen. Als ik denk dat ik er ben, blijkt dat nog maar een doopkapel te zijn. Een doopkapel ?! Bedoelen ze dat doopkindjes hier naar boven gesleept worden met een jerrycan water? Iets hoger, na een soort bruggetje, ligt het kerkje in een rotsspleet geperst, maar je moet rond een richel naar een grote, kale rotspiek, boven een 200m hoge afgrond. Een van de begeleiders amuseert zich met mijn camera.
De kerk is in de 4de eeuw uitgehouwen, en in de 6de eeuw geschilderd. Ik val puffend neer op een bankje naast de priester. Hij leidt me fier zijn kerkje rond, en opent zijn dikke oude bijbel, met houten kaft en bladeren van geitenvel. Een mooi kerkje en een adembenemend uitzicht.
Maar nu moeten we naar beneden. Ik kies er toch voor om vooral rugwaarts tegen de bergwand af te dalen. Ondertussen zijn de rotsen en stenen gloeiend heet geworden en de lucht zindert. We vinden een barretje waar we onze picknick box mogen nuttigen bij een lekkere koffie. Voor de namiddag staat nog zo’n avontuur op het programma, de Maryam Korkor. Maar daar bedanken we in deze hitte voor, geen twee op één dag. We passen ons programma aan, bezoeken deze namiddag nog de Abreha we Atsbeha kerk en het archeologisch museum in Wukro. Abreha we Atsbeha is een 10de eeuwse kerk (de gids beweert 4de eeuw), een van de mooiste in Tigray, met een kruisvormige plattegrond en kruisvormige zuilen.
Vooral de chanting kamer is prachtig gedecoreerd. Maar we hebben hier even geluk, we komen binnen midden in een dienst en mogen naar lust fotograferen. Een aantal priesters zingen hun gezangen, een polyfoon dreinerig gebrom in Ge’ez. In de gebedsruimte wordt gebeden in alle lichaamshoudingen. Maar plots gaan de gordijnen van het Heilige des Heilige open en verschijnt een korte processie van priesters onder leiding van de hogepriester met de Ark des Verbonds, in rijke gewaden gewikkeld. Ik sta perplex, de kist met de stenen tafelen, de gids wil niet gezegd hebben dat dat een replica moet zijn.
We bezoeken nog een modern museum, gebouwd door Duitsers, met vooral pre-Aksum en Aksum artifacts uit recente opgravingen.
Na een slalom tussen kranen, bulldozers, drilboren, vrachtwagens en platwalsen vanwege voortdurende wegenwerven bereiken we Wukro, laatste halte in het noorden.
Amai wat een hachelijke onderneming, hiervoor moet je zeker tot de uitverkorenen horen …!
De beloning na zo’n klim is ook wel niet van de minste, prachtig.
LikeLike