Loslippige Mursi

We worden hier inderdaad gewekt om 5.00 uur (11:00 u Ethiopische tijd) door de gezangen van de orthodoxe kerkdiensten van de kerkjes in de buurt. Gelukkig liggen die iets verder, en worden de zeurderige gezangen overstemd door de vogels. Die zullen er voor zorgen dat we niet als bekeerde orthodoxen naar huis zullen terugkeren.

De zuidelijke Omo vallei is een van de meest etnisch diverse streken van Africa. Een land van nomaden, jagers en strijders. Tot de jaren 1960 waren deze mensen zich er niet eens bewust van dat ze deel uitmaakten van de natie Ethiopië. Hun eeuwenoude leefwijze wordt nu toch stilaan beïnvloed door de buitenwereld. Maar hun dagelijks bestaan en hun samenleving wordt nog altijd bepaald door tradities. Van de 86 etnische groepen van Ethiopië leven er 16 in de zuid-Omo zone, gekend voor zijn culturele heterogeniteit. De meeste stammen trekken rond met hun vee, en telen wat kafferkoren en maïs voor dagelijks gebruik. Zij zijn een populair studieobject geworden van heel wat antropologen en documentairemakers. Beelden van hun nomadenbestaan, hun kleren (of gebrek daaraan) en hutten gaan de wereld rond, de mensen worden geportretteerd als exotisch, soms erotisch. De regio ziet dan ook een groeiend aantal toeristen afkomen, in groepen of solitair rondtrekkend, nieuwsgierig om dit te zien met eigen ogen of eigen camera’s. Wij zelf zijn helaas niet anders, en besluiten om dit zo respectvol mogelijk te benaderen. Misschien gaan we beter naar een etnologisch museum, dan naar de dorpen zelf?

Het heeft flink geregend deze nacht, dus de rit wordt een slippartij over modderige wegen, gepokt met diepe potholes vol water. Een lijnbus die arbeiders naar een rietsuikerfabriek brengt is van de weg afgeraakt. Dit ziet er slecht uit, op hulp wachten is de boodschap. Groepen Anubis bavianen lopen over de weg, enkele kleine dikdiks springen over de weg, en helmparelhoenders steken over als voorname juffertjes. Wij kruisen de Mago rivier, op de Afrikaanse wijze.

We gaan op bezoek bij de Mursi people. Zij leven in het Mago National Park. Dieper in het park zit heel wat wild, gazelles, kudu’s, dikdiks, zebra’s, olifanten, maar ook leeuwen, hyena’s en cheeta’s. Die gaan we niet te zien krijgen, we blijven meer aan de rand van het park. Toch komt er weer een gewapende scout aan boord van onze jeep, hun rol is vooral de stroperij te beteugelen. De Mursi stropen nogal wat wild, liever dan hun eigen vee op te eten. Dit is de voornaamste reden dat de overheid hen uit het park wil krijgen, maar dat lukt niet, de mensen lopen altijd terug.

Het regent nog als we stoppen bij een klein dorpje, zo’n 25 koepelvormige hutjes van gras. Geen duurzame woningen want dit zijn nomaden, na enkele jaren geven ze deze plaats op en trekken naar een andere plek waar meer voedsel is en zijn die hutten snel terug opgebouwd. Hun verhuizingen zijn echter seizoensgebonden, met enige regelmaat en voorspelbaarheid. Het bestaan van deze nomaden wordt echter steeds meer ingeperkt door allerlei projecten: wegenbouw, irrigatiewerken, grootschalige landbouw, parkuitbreidingen, etc. De Mursi zijn nog met een 14.500 en spreken een eigen taal behorende tot de Nijl-Sahara talenfamilie. De stam cultiveert geweld, die soms tot uiting komt in lokale ‘oorlogen’ bvb. met de Aari over gebiedsafbakening of veediefstal.

Maar meestal kanaliseren ze hun agressie in lichaamsbeschilderingen en ‘onschuldige’ rituele stokgevechten, de donga, om hun moed en mannelijkheid te bewijzen aan de vrouwen. Onschuldig misschien, maar gewelddadig en meestal uitlopend in verlies van een oog of wat tanden of gebroken armen of benen. De Mursi vrouwen zijn gekend om hun lipschotels, meestal bij jonge vrouwen of pas getrouwde. Vandaag is dit een schoonheidssymbool, vroeger was dit een soort automutilatie, om onaantrekkelijk te zijn voor slavenvangers. De platen worden vooral gedragen bij donga’s of wanneer jonge vrouwen eten opdienen voor hun broer, echtgenoot of gasten. En dus ook voor toeristen. De lip wordt doorboord en geleidelijk worden steeds grotere platen van klei in geschoven naarmate de lip uitrekt. De diameter kan tot 20-30 cm oplopen. Het gebeurt als eens dat zo’n lipt breekt en dan is het afgelopen. ‘Nu zie ik er uit als een vreemdeling’, zegt zo’n slachtoffer. Maar niet iedereen draagt nog een lipschotel vandaag, het uitrekken van de oren is veel frequenter. Ook zien we dat vooral vrouwen hun lichaam ‘sieren’ met grote littekens in allerlei patronen.

Wij regelen met een handshake een afspraak met het dorpshoofd om te fotograferen, hij wil een forfaitaire prijs van 200 birr, zo’n 6 Euro per camera. Daarvoor mogen we ongelimiteerd alles en iedereen fotograferen, alleen beperkt door onze eigen gêne. De miezerige regen houdt op, een groepje Amerikanen druipt af, we blijven alleen achter in het dorp. We nemen onze tijd, we proberen een spelletjes met de kinderen, maar echt contact krijgen we niet met deze mensen, en daar zit meer dan de taalbarrière voor iets tussen. Als Anita de intentie laat merken om wat lokale artefacts, zo’n lipschotel godbetert, te willen kopen, troepen alle vrouwen rond haar samen. Maar dat is enkel business, geen gezellige conversatie onder vrouwen. De afstand is onoverbrugbaar. Waar zou je hier over kunnen praten ? Over mannen en trouwen. Traditioneel moet hier voor een bruid betaald worden in koeien, minstens 32 en méér afhankelijk van de grootte van de lipschotel. De laatste jaren worden ook geweren als bruidsschat aanvaard. Geen wonder dat die mannen zich regelmatig moeten verweren als ze weer ergens vee gestolen hebben van een andere stam om thuis een vrouw, of een tweede of derde te kunnen betalen. En gelukkig zijn de families waar meisjes geboren worden!

We verlaten dit oord met zeer gemengde gevoelens. Misschien is het toch beter om dit etnische gebeuren gaan te bekijken in een museum of op een documentaire film, dat was onze namiddagactiviteit. En eerlijk, daar hebben we veel meer geleerd, zonder dat een raar gevoel ons bekroop en we ons ongemakkelijk voelden.

Morgen bezoeken we de Dimeka zaterdagmarkt. Daar komen de Hamer, de Banna, de Tsemay en de Arbore. Misschien ook nog een leuke manier om met die stammen in contact te komen.


2 reacties op ‘Loslippige Mursi

  1. Anita en Pieter, jullie maken een mooie reis, maar ik kan me voorstellen dat jullie bij deze ontmoetingen de nodige gêne hebben, oftewel het gevoel van aapjes kijken. Er moet in elk geval nog veel gebeuren om dit land in de 21e eeuw te laten aansluiten. En tegelijkertijd zijn deze mensen misschien wel volmaakt gelukkig….

    Like

    1. Ik weet het niet Tjeu, ik zie in al die armoei veel mobieltjes en ook in elk dorp wel enkele schotelantennes. De mensen krijgen meer en meer de mondiale buitenwereld binnen, en de verschillen zijn zo groot. De uitbundige reclame borden van Pepsi en Coke tov de zinderende droogte, enz …

      Like

Plaats een reactie