De Dassanech aan de rivierboord

Een vreselijke nacht achter de rug. De kamer was broeierig heet, een lawaaierige ventilator maalde vergeefs door de warme lucht, ramen en deuren opengezet maar buiten geen zuchtje wind. Niet te doen. Bovendien had het sipje van dat sorghumbier gisteren grote gevolgen, braken en naar de pot lopen de hele nacht.

We passen het programma aan, houden de voormiddag rust, drink mineraal water met honing, vraag aan de manager van kamer te wisselen en hij zet een extra ventilator. Zo, dat moet lukken. Kleine ongemakken on the road.

We rijden vandaag naar het zuiden, richting grens met Zuid-Soedan en Kenya, naar Omorate, waar we de stam van de Dassanech willen bezoeken. Het is onze heetste dag hier, rond de lodge 36 graden, in Omorate is het nog enkele graden warmer, we rijden de savanne binnen. De weg leidt eigenlijk door de Great Rift vallei, links en rechts kunnen we in de verte de boorden van de slenk zien liggen. Niet te geloven dat je bij deze temperatuur jonge vrouwen met grote schansen brandhout ziet sleuren, op blote voeten op het gloeiende tarmac. Jonge geitenhoeders liggen aan de rand van de weg in de schaduw van een acacia te slapen. De enorme kuddes geiten en bultruggen die we zien zijn altijd community kuddes, het vee van een gans dorp. Bij de aanleg van de weg heeft de bouwfirma hier en daar putten uitgegraven, als een soort toemaatje, waar bij regen water verzameld wordt, dat een welkome drinkplaats voor de dieren is.

We zien een afslag naar Lake Turkana, dat is al Kenya, 28 km verder. Dat is het meer waar de Omo rivier inloopt. Naarmate we de rivier naderen wijkt het savannegras voor grote oppervlakten geploegde akker. Geen kleine boertjes maar enkele Ethiopische investeerders experimenteren hier met de teelt van katoen. Ze zullen ongetwijfeld goede plukkers vinden, misschien de goedkoopste van de wereld. Vlak bij Omerate moeten we een immigratiepost binnen, alhoewel we geen grens oversteken. Een verveelde beambte, ongetwijfeld murw van de hitte, neemt onze gegevens op in een groot logboek.

Een aantal jongens wacht ons op om ons naar het vrij grote dorp (2000 inwoners) te begeleiden, we moeten de rivier over in een gammele uitgeholde boomstam, een vijgenboom. Anita begint te beven, zitten hier krokodillen ? Ja, heel grote. Shigella ? Who knows. Rustig zitten blijven en niet schommelen. Omwille van de nabijheid van de rivier zijn de Dassanech geen nomaden, zij zijn sedentair, en dus landbouwers. Anders dan de agro-pastoralisten, of halfnomaden als de Mursi en Hamer. Hun huizen zijn permanente verblijven en ze kweken allerlei gewassen, o.m. tabak, en groenten, uien, aardappelen, bonen, etc…, en fruit, mangobomen en medicinale planten. De huizen zijn dan wel permanente constructies, ze zijn daarom niet minder armetierig. De komvormige bouwsels zijn gemaakt van alles dat voorhanden is, stokken, golfplaten, stukken plastic, geitenvellen, karton, stukken van olievaten, etc … alles goed vastgebonden met koorden, de mensen hebben een luchtig dagverblijf en een beter beschermd nachtverblijf.

Ik ben binnen geweest, het is er knoerheet. De dame bood sorghumbier aan, no thanks, daar heb ik me al aan bezondigd. Veel vrouwen liggen te slapen meestal in de schaduw van de hut. Kinderen scharrelen rond, mannen zijn nergens te bekennen, op een ouderling na, te oud om op de kuddes te passen. Hij kijkt toe, met zijn hoofdsteun, ook zitje, in zijn hand. Mensen sleuren dat overal mee, samen met een stok.

De Dassanech vrouwen zijn vooral te kennen aan hun overdadig dracht van halssnoeren, meestal in zwart, geel, rood. De meisjes gaan water halen aan de rivier, een vertrouwd beeld. Een jongen keert terug met de visvangst, een aantal uitgedroogd onsmakelijk uitziende  viskadavers.  De jongens spelen met mijn camera, en maken vooral gênante foto’s een oude blanke man die stuntelig een hut in een uit kruipt, of samen met hun vrouwen, foto’s die ik absoluut niet wil. We passeren langs de onvermijdelijke souvenir uitstalling, maar willen naar huis. Deze hitte is niet voor ons. Terug aan de overzijde van de rivier, tracteren we de jongens nog op een coca cola, barman Eden zet een stoeltje bij.

Conclusie: ook de sedentaire boerenstammen leiden een leven waarvoor je niet wil ruilen, ook al staat er een schotelantenne op een van de hutten. Ook zij houden vast aan de cultuur. Ook hier zie je jongeren die willen uitbreken. Alex de gids vertelt over zijn deeltijds studie in toerisme management. Hij verdeelt zijn tijd in het dorp om wat te verdienen en ‘in de wereld’, zoals hij het noemt om te studeren.

Op de terugweg is de grootste hitte over en zien we de natuur weer tot leven komen. De termietenheuvels zijn lange kolommen die boven de acacia’s uitsteken. ‘Like a penis in de morning’, zegt Bahabtu.

Talloze dikdiks rennen de weg over en voor de trouwe volgers uit Maastricht : de glansspreeuw, de driekleurspreeuw, de sahelscharrelaar, de zwarkopwever, de noordelijke hoornraaf, de karmijnrode bijeneter en de gierparelhoen. Jullie kennen ze wel.


Plaats een reactie