Er heerste heel de dag een nerveuze drukte in en rond de lodge gisteren. De tuin werd gewied, de koffiestand versierd, verse tafellakens en bloemstukken overal, alles werd grondig gekuist. De voormalige premier van Ethiopië, Hailemariam Desalegn kwam op bezoek, dineren en een nachtje logeren, met zijn echtgenote en een heel gevolg, militaire bewaking inclusief.
Het siert de staf dat ze ondanks dat hoge bezoek, toch een loyale aandacht bewaarden voor hun reguliere logies. Overigens maar een tiental, het seizoen loopt hier zowat op zijn einde, het is nergens waar we komen druk.
Het heeft de helft van de nacht flink geregend en de weg terug naar de baan van Jinka naar Konso ligt er bij als een modderige glijbaan. Een vrachtwagen uit de tegenovergestelde richting glijdt weg, komt dwars over de rijbaan te staan en rijdt vast. Een beetje verder, een eerste ongeval, een truck met gebotteld drinkwater ligt op zijn zijde. Tientallen omstaanders wachten, als gieren, om hier een slag te slaan, maar de politie houdt hen af. Dan weer verder, een grote tankwagen met brandstof op zijn zijde in de gracht, er hangt een duidelijke benzine-geur.
Zeker 100 mensen staan klaar met hun gele jerrycans in de hoop een slag te kunnen slaan. Dat schijnt nog niet te lukken. Maar van heinde en ver, zeker 10 km komen mensen toegelopen. Sommigen lopen terug, onverrichter zake. Maar blijkbaar overtuigt dat de anderen niet om rechtsomkeer te maken. Vier mannen op één motorfiets hebben wel tien grote gele bussen mee. Verwonderlijk dat mensen 10 km heen en terug lopen op basis van een gerucht dat wat te halen valt.
Wij zijn toch wel opgelucht als we vaste asfalt onder de wielen krijgen, we brengen het er heelhuids van af maar zijn wél behoorlijk dooreen geschud. En dan komen we de sprinkhanen tegen, links en rechts van de weg, kilometers lang, miljoenen.
Deze groepen zijn nog vrij kleine exemplaren, nog niet zo lang uit het eitje gekropen, kunnen nog niet vliegen, binnen enkele dagen zullen ze volwassen zijn, een vinger lang, in wolken samenvliegend en vreselijk vraatzuchtig. We verlaten de Omo vallei, kruisen de Weyto rivier voor we weer hoger op naar een lage bergketen rijden. In de rivierbeddingen die gisteren nog droog stonden, stromen vandaag bruine of rode aanzwellende stromen.
En dan naderen we Konso, de omgeving verandert in landbouwgebied. We hebben de pastorale stammen achter gelaten, de troepen vee op de weg worden kleiner, de geteelte gewassen almaar diverser. De boeren hebben al eeuwen geleden terrassen aangelegd op de berghellingen, overal wordt geploegd en geëgd, kinderen wieden onkruid en slaan heftig met hun hak, iedereen helpt. Wat een andere levenswijze dan wat we van de herders gezien hebben!
In de namiddag bezoeken we Gamole, een Konso dorp. Het dorp moet ongeveer 700 jaar geleden gesticht zijn, toen het Konso volk de streek van Megele ontvluchtte na aanhoudende stammentwisten met hun buren. Ze bouwden dan ook twee meter hoge muren rond hun dorp om vijanden af te houden. Die structuur vind je nog steeds terug en heeft enkele jaren geleden erkenning gevonden als UNESCO Werelderfgoed. In dit dorp kunnen we ons meer concentreren op het clangebeuren, de samenlevingsaspecten, de landbouwmethoden, de dorpsorganisatie. Zo’n bezoek is veel minder intrusief dan bij stammen waar de haartooi, de sieraden, de kledij, etc van de mensen de onderscheidende kenmerken zijn. Ik kan hier een beeld over maken zonder dat ik mensen met mijn camera bedreig, alhoewel nog altijd mensen vragen om gefotografeerd te worden voor geld.
Aan de grens van het ommuurde dorp staat het UNESCO bord. Hier wonen nu ongeveer 3000 mensen. Het oorspronkelijke dorp lag binnen een cirkelvormige wal, daarna werd een tweede en derde concentrische cirkel daaronder gebouwd, en een vierde is in opbouw. In het centrum woont de dorpsleider, hij wordt telkens aangesteld voor een periode van 18 jaar. Bij zijn aantreden wordt een paal bijgezet bij de generatieboom. In het centrum staan nu 42 palen, het dorp is zo’n 750 jaar oud. In de buiten cirkels begint men dan opnieuw, zo kan je zien wanneer die uitbreidingen gebouwd werden.
Elk kring heeft ook zijn community center, een gemeenschapshuis. Op de lage (1m hoog) beneden verdieping worden officiële beraadslagingen tussen de dorpsoudsten gehouden, alsook gezellige bijeenkomsten van de dorpelingen. Op de bovenverdieping, een soort hooizolder slapen alle jonge mannen vanaf hun 12 jaar tot hun huwelijk. Verder heeft elke kring nog een altaar, gepolierde platte stenen bij een totem, waar offers gebracht worden bij tegenslagen, droogten, stammentwisten, sprinkhanenplagen, etc… Een dorp bestaat uit families die deel uitmaken van clans. Er mag niet binnen de clan getrouwd worden om inteelt te voorkomen. Op een aantal erven vinden we de waka’s terug, een soort grafzerk van een held, iemand die een leeuw, een cheeta of een vijand gedood heeft.
Een houten beeldje stelt de held voor, ernaast staan afbeeldingen van familieleden en getuigen van zijn daad. Ook het gedode dier staat er bij. Omdat vele beeldjes door souvenirjagers en antiekverzamelaars gestolen werden zijn ze nu veelal binnenhuis opgesteld of overgebracht naar musea en vervangen door replica’s. Deze wereld is er een van mannen, de dorpsoudsten zijn enkel mannen, ook hun dorpshoofd, hun rechter, … Vrouwen die huwen gaan naar de clan van hun man, er wordt slechts een symbolische bruidsschat betaald, een kledingstuk, een geit of een pot honing. Ook op het dorpsplein mogen alleen mannen dansen. Er liggen drie grote keien. De grootste dient voor het overgangsritueel van de jongens. Als hij de 50 kg zware steen kan heffen en over zijn hoofd naar achter gooien mag hij een vrouw huwen. De twee kleinere stenen zijn oefenstenen. Een jongen, 14 jaar, slaagt er met heel veel moeite in de tweede steen over zijn schouder te smijten. Nog wat boterhammen eten jongen.
De mensen praktiseren hier al van een oudsher een combinatieteelt. Alles staat bij en door elkaar, sojabonen, maïs, sorghum, koffie, tabak, rode bonen, maniok en cassave, qat ( speciaal gekweekt om de bladeren die bij het kauwen een licht stimulerend effect geven), tussen mango bomen, papaya, avocado, bananen en de populaire moringo bomen (de bladeren kunnen worden gekookt als spinazie, of gedroogd en vermalen worden toegevoegd aan maaltijden. Vanwege de sterke voedingswaarde van de boom, wordt Moringa op steeds grotere schaal ingezet voor de bestrijding van ondervoeding in ontwikkelingslanden).
Dit staat zeker op het menu vanavond. Op elk erf staan slechts één of twee geiten, schapen of koeien. Deze mensen zijn geen veehoeders. Hun dorpsstructuur, met ommuurde erven en dorpswallen, de organisatie van hun gemeenschap, de regels en afspraken daarbinnen, tonen hoe de evolutie van herders/verzamelaars, naar sedentaire landbouw, naar steden ooit moet verlopen zijn.
Erg interssant bezoek, heerlijk relaxte wandeling doorheen dit oeroude dorp.